Laaggeletterdheid

Door Ella Bohnenn

Wat is laaggeletterdheid?

De meest gebruikte definitie van geletterdheid is: “De vaardigheid om gedrukte en geschreven informatie te gebruiken om te functioneren in de maatschappij, de eigen doelen te realiseren en eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen”. Het gaat hierbij ook om informatie in getallen, om informatie in beelden (bijvoorbeeld grafieken). Laaggeletterd betekent dat deze vaardigheid te laag is om thuis, op het werk en in de maatschappij te kunnen functioneren.

Laaggeletterdheid is meestal een gevolg van een combinatie van verschillende factoren:

  • de thuissituatie: economisch, sociaal, cultureel;
  • ​het onderwijssysteem;
  • individuele problemen (intelligentie, ziekte, gedrag).

Daarnaast zijn de eisen die gesteld worden aan vooral de leesvaardigheid, nog nooit zo hoog geweest. De ontwikkelingen naar een kenniseconomie, bureaucratisering en ingrijpende technologische veranderingen vragen om een relatief hoog niveau van geletterdheid van eigenlijk de hele bevolking.

Laaggeletterde volwassenen zullen zoveel mogelijk proberen om lees- en schrijfsituaties te vermijden. Meestal is de schaamte zo groot dat zij hier liever over zwijgen. Een aantal van hen weet goed te verbergen dat ze moeite hebben met lezen en schrijven.

Wat is de invloed op de kinderen?

Laaggeletterde ouders zullen hun kinderen niet voorlezen, zij lezen geen briefjes of rapporten van school en zij zullen niet samen met hun kinderen schrijven, letters aanwijzen en dergelijke.

Er is geen onderzoek bekend naar de relatie tussen taalontwikkeling van kinderen en de mate van geletterdheid van hun ouders. Wel is er onderzoek naar de relatie tussen taalarme gezinsomgeving en de taalontwikkeling van kinderen. In een taalarme gezinsomgeving wordt de taalontwikkeling minder gestimuleerd dan in een taalrijke gezinsomgeving. Kinderen die opgroeien in een taalarme gezinsomgeving zijn minder vertrouwd met en voorbereid op de taal die op school wordt gebruikt.

De invloed van ouders op de taalontwikkeling van hun kind is zichtbaar in:

  • woordenschat;
  • kennis van zinsstructuren en verhaalstructuren;
  • inzicht in het belang van het gedrukte woord;
  • plezier in boeken en lezen;
  • taalinzichten zoals: de relatie tussen letters en klanken, tussen letters (woorden) en betekenis;
  • nieuwsgierigheid naar woorden;
  • onderlinge communicatie.