Het belang van voorlezen

Door: Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie, Voorlichtingsprogramma Meertaligheid

Wat is meertaligheid?

Wanneer kinderen tijdens de opvoeding in aanraking komen met meer dan één taal dan spreek je van twee- of meertaligheid. Er zijn twee soorten tweetaligheid:

  • Simultane tweetaligheid of gezinstweetaligheid komt voor bij kinderen met ouders met verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed. In de thuisomgeving van het kind worden voortdurend twee talen aangeboden.
  • Bij successieve tweetaligheid worden kinderen op een latere leeftijd (3-10 jaar) geconfronteerd met een andere taal. Dit zijn meestal kinderen die thuis in hun moedertaal leren en in kindercentra of op school Nederlands leren.

Belangrijke factoren bij meertalig opvoeden

Er zijn verschillende factoren die een rol spelen bij meertaligheid:
  • Moedertaal: Als de moedertaal lijkt op het Nederlands, dan zal het kind op een aantal gebieden voordeel hebben. Bijvoorbeeld bij het leren van grammatica of woorden.
  • Leeftijd: Hoe jonger het kind, hoe gemakkelijker de tweede taal wordt aangeleerd.
  • Aanbod Nederlands: Hoe meer Nederlands wordt aangeboden, hoe sneller en effectiever een kind de taal leert. Het moet wel correct worden aangeboden.
  • Motivatie en houding: De omgeving speelt een belangrijke rol in het motiveren van een kind om een (tweede) taal te leren.
  • Status van de talen: Voor een goede meertalige ontwikkeling is het belangrijk dat alle talen die een kind leert een gelijke status hebben. Vaak worden in Nederlands minderheidstalen zoals het Turks of Berbers geassocieerd met een lagere status dan het Nederlands. De lagere status van minderheidstalen kan een negatieve invloed hebben op de motivatie van kinderen om de taal te leren. Het is daarom belangrijk om kinderen duidelijk te maken dat hun moedertaal waardevol is.
  • Veiligheid: Wanneer een kind zich veilig voelt, zal het zich beter kunnen ontwikkelen. Het kan voorkomen dat een kind dat voor het eerst met Nederlands in aanraking komt op de voorschool en zich niet op zijn gemak voelt. Het is daarom belangrijk voor leerkrachten om een positieve houding te hebben tegenover de moedertaal van het kind.
  • Taalaanbod: Een kind moet beide talen evenveel aangeboden krijgen. Als het taalaanbod in de ene taal hoger is dan in de andere zal het kind de eerste taal het meest ontwikkelen. Het is ook belangrijk dat de taal consequent wordt aangeboden, dus bijvoorbeeld dat één persoon steeds dezelfde taal spreekt of dat in bepaalde situaties één taal gesproken wordt.
  • Taalproductie: De taal moet correct worden aangeboden. Het kind moet een goed voorbeeld hebben. Als een kind dit niet heeft, zal het de taal ook niet correct gaan gebruiken.