Voorleesuurtje

Naast voorlezen zijn er meer activiteiten die bijdragen aan de taalontwikkeling van kinderen. Deze kan je zelf en samen met de ouders toepassen tijdens het voorleesmoment.
               

  • Na 5 of 6 keer voorlezen ga je met je gezin naar de bibliotheek. Zie hier voor meer informatie over het gezamenlijke bibliotheekbezoek. 
  • Liedjes zijn een goed middel om een taal sneller, gemakkelijker en op een leuke manier te leren. Dit kan zowel in het Nederlands als in een andere taal. Ouders kunnen zelf liedjes aan de kinderen leren, maar de kinderen kunnen ook aan de ouders laten horen welke liedjes ze hebben geleerd.
  • Als voorlezer kun je de ouders ook informeren over het tv-aanbod voor kinderen. Goede voorbeelden zijn: Sesamstraat, Klokhuis, Teletubbies, Tweenies, Koekeloere, Jeugdjournaal (voor de oudere kinderen). Je kunt op www.peutertv.nl informatie vinden over programma’s voor peuters die speciaal bedoeld zijn om de (taal)ontwikkeling te stimuleren. Op www.kinderpleinen.nl vind je ook allerlei educatieve kinderprogramma’s. Voor oudere kinderen kun je kijken op www.schooltv.nl.
  • Een kleurplaat inkleuren en een tekening maken over een boek zijn eenvoudige activiteiten waar de meeste kinderen veel plezier aan beleven. Deze tekening in huis ophangen nodigt uit om nog eens over het boek na te denken of te praten.
  • Als het kind het verhaal al wat beter kent, kan het zelf het verhaal natekenen en zo een eigen boekje maken. Het kan leuk zijn om aan de hand van dit boekje het verhaal aan broertjes, zusjes en ouders te laten vertellen.
  • Verschillende spelletjes zijn goed voor de taalontwikkeling en de concentratie, zoals memory, kwartet en ik zie ik zie wat jij niet ziet. Ook andere gezelschapspellen kunnen kinderen veel leren over tellen, samenspelen, enzovoort. Er worden bij dit soort spelletjes andere delen van de hersenen geprikkeld dan bij spellen op de ‘Playstation’. Actief bezig zijn sámen met de kinderen is hoe dan ook gezellig en goed. Een verhaal naspelen is een manier om het verhaal zelf te beleven. De woorden uit het verhaal worden verbonden met fysieke handelingen en zo krijgt de betekenis van de woorden een extra dimensie.
  •  Digitale prentenboeken zijn geanimeerde prentenboeken. De prentenboekverhalen zijn gedigitaliseerd en tot leven gebracht met bewegende beelden, stemmen, geluidseffecten en muziek. Meer over digitale prentenboeken lees je hieronder. 

Via het bibliotheekabonnement van de kinderen kunnen gezinnen gebruikmaken van de Bereslim boeken. De code voor de Bereslim boeken is hier aan te vragen (klik op 'nieuwe code' en type 'OBA',  Bereslim geeft je iedere keer een nieuwe code die drie weken geldig is).  Vervolgens kun je op de website van Bereslim inloggen.
 
Naast Bereslim Boeken, zijn er veel verschillende sites waar andere digitale prentenboeken en bijbehorende spelletjes te vinden zijn. In veel bibliotheken is ook een computermeubel voor peuters en kleuters waar digitale prentenboeken op bekeken kunnen worden.
 
Voorbeelden van digitale prentenboeken 

Een aantal aandachtspunten en good practices die tijdens de Expertmeeting naar voren zijn gekomen hebben we verwerkt en gebundeld. Je leest de genoemde uitdagingen met de bijbehorende tips in de verslagen onder '(Start) traject', 'Trainingen & bijeenkomsten' en 'Expertmeeting'.

Niet iedereen heeft dezelfde kijk op opvoeden. Het kan voorkomen dat jij je als voorlezer niet makkelijk kunt vinden in de opvoedmethodes die het voorleesgezin gebruikt. Het is toch erg belangrijk om samen met hen te zoeken naar een manier van voorlezen waarmee beide partijen tevreden zijn.
 
Zoeken naar een compromis tussen streng zijn en plezier hebben
Het komt geregeld voor dat de voorleesgezinnen strenger opvoeden dan voorlezers gewend zijn van huis uit en dat ouders lezen meer zien als een leermiddel dan als iets dat leuk is.
 
Voorbeeld: De voorlezer leest met de kinderen een boek, waarbij zij dierengeluiden moeten nadoen. De ouders zeggen dat de kinderen stil moeten zijn, terwijl de voorlezer dit juist wil stimuleren.
 
Het kan helpen ouders uit te leggen dat het maken van geluiden helpt bij het leerproces en het leesplezier. Als de ouders hier moeite mee blijven houden, kunnen jullie samen op zoek gaan naar een werkbare oplossing.  

Een gezin kan minder gemotiveerd zijn of vaak afbellen. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Ga even langs als je twijfelt of als het niet goed voelt. Zo snap je wat beter wat er speelt binnen een gezin en kan je eventuele twijfels over het project wegnemen. Goed luisteren en extra uitleggen kan een hoop voor­komen en ervoor zorgen dat iedereen gemotiveerd blijft en reële verwachtingen heeft.
 
Het kan voorkomen dat het gezin een keer afbelt of vergeet dat de voorlezer langs zou komen. Indien het vaker gebeurt zonder duidelijke reden, dan is het goed om in te grijpen. Vraag telefonisch of bij het gezin thuis wat de reden is van hun afwezigheid en leg uit dat het de bedoeling is dat er 20 keer achter elkaar wordt voorgelezen en dat hen dat vooraf is verteld. Je legt uit dat het voor jou onprettig is en dat ook de kinderen erop rekenen dat er eens per week aan hen wordt voorgelezen. Maak duidelijk dat jij als voorlezer deze avond vrijhoudt en speciaal naar de bibliotheek gaat om boeken voor de kinderen te halen. Benadruk dat continuïteit erg belangrijk is voor het project; benadruk dat ze tijdig moeten afbellen, zodat je niet voor een gesloten deur staat.

Het kan gebeuren dat een gezin wil stoppen. Vraag of er iets aan de hand is en maak een afspraak met het gezin om snel langs te komen. Bespreek waarom het gezin wil stoppen. Heb je het idee dat het komt door het project, de resultaten of verwachtingen hierover, probeer dan uit te vinden wat de oorzaak is. Als er een logische en duidelijke verklaring voor het stoppen is en het niet aan het project ligt, neem dan contact op met de projectleiding. Het komt soms voor dat er bijvoorbeeld een grote verbouwing plaatsvindt in het huis van een gezin of dat er een baby op komst is en de ouders daardoor niet actief kunnen deelnemen aan het project. Omdat elk gezin maar één keer kan deelnemen aan de VoorleesExpress, kiezen sommige gezinnen ervoor om te stoppen met de wekelijkse voorleessessies en na een tijdje het traject weer op te pakken. Zij krijgen dan een nieuwe voorlezer voor de voorleesuurtjes die zij nog tegoed hebben. 

Plezier tijdens het voorlezen is belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan samen spelletjes doen met veel woordjes, liedjes zingen die met een boekje te maken hebben, letters zoeken in het boek, woorden uit het boek opzeggen en een rijmwoord erbij verzinnen, nadoen wat in het boek gebeurt of toneelstukjes.
 
Als de kinderen geen zin hebben om te lezen, leg dan langzaam de link met boeken zodat het kind kan wennen aan voorlezen. Misschien eerst een boekje, dan een spelletje en dan een liedje en dan weer een boekje.
 
Het is belangrijk om uit te zoeken wat past bij het kind. Overleg vooral met het kind zelf wat hij/zij leuk vindt en zou willen. Het is belangrijk om ouders ook een rol te geven als kinderen niet voorgelezen willen worden. De ouders kunnen in zo’n geval de voorlezer adviseren over onderwerpen die het kind interesseren. Misschien helpt het als een broertje/zusje meedoet. Als iedereen laat zien dat zij lezen leuk vinden, kan dat aanstekelijk werken en het kind nieuwsgierig maken.

Het kan voorkomen dat je aan meerdere kinderen binnen een gezin moet voorlezen. Dit kan een uitdaging zijn. De kinderen hebben bijvoorbeeld een hele andere interesse (andere leeftijd, ander geslacht, etc.) of de kinderen ruziën de hele tijd met elkaar. Om dit op te lossen kan je het voorleesuurtje opdelen in twee of meer delen, zodat je echt tijd hebt voor de kinderen en je naar hun interesses boeken kunt uitkiezen. Er zijn ook manieren om de kinderen wel samen voor te lezen. Zo zijn er pictoboeken waarbij tekst wordt afgewisseld met plaatjes. Een kind wat nog niet (zo goed) kan lezen, kan dan de plaatjes ‘lezen’ terwijl het oudere kind de tekst leest. Boeken die te moeilijk zijn voor een jong kind hebben vaak wel plaatjes die je kunt bespreken. Er zijn zelfs speciale boeken met tekst op twee niveaus. Kun je hierbij hulp gebruiken? Vraag het een medewerker van de bibliotheek.
 
(Jonge) kinderen kunnen druk zijn. Het is daarom belangrijk dat de voorlezer structuur en orde brengt in zijn of haar voorleesuurtje. Maak duidelijke afspraken met de kinderen over de indeling van het voorleesuurtje. De kinderen weten dat de voorlezer komt, dit kan ook spanning en drukte opleveren, dus het is belangrijk dat het ‘voorleesritueel’ gelijk ingaat als de voorlezer binnenkomt.
 
Als voorlezer kun je een voorleesritueel ontwikkelen met regelmaat en interactie. Wissel (voor)lezen en andere activiteiten met elkaar af. Maak het voorlezen zo interactief mogelijk, zodat het kind er de aandacht bijhoudt. Tevens kan er ook worden gedacht aan liedjes, knutselen etc. In deze dingen kunnen kinderen meer energie kwijt.
 
Daarnaast kun je in het uurtje een vaste pauze inbouwen, waarin de kinderen hun energie kwijtkunnen. Het is handig als de kinderen ook weten hoe lang deze pauze duurt, zodat ze weten wanneer de pauze is afgelopen en het tijd is voor het tweede deel. Het is belangrijk om afspraken te maken en te zorgen voor regelmaat en orde!

Het komt zelden voor, maar het kan voorkomen dat een voorlezer dingen opmerkt in de omgang tussen de ouders en de kinderen of in het gedrag van de kinderen, die volgens hem of haar niet kloppen. Overleg in dat geval altijd met de projectleiding hoe je met de betreffende situatie om moet gaan en of er melding gemaakt moet worden bij Jeugdzorg dan wel AMK (Advies en Meldpunt Kindermishandeling). Het is belangrijk dat je geen stappen onderneemt zonder met de projectleiding te overleggen.

Om ervoor te zorgen dat het voorlezen veel oplevert voor de taalontwikkeling van het kind, is het belangrijk om ook het kind aan het woord te laten. Dat kan voorafgaand aan het voorlezen, tijdens het voorlezen en na afloop van het voorlezen.
 
1. Eigen taalaanbod

Door te luisteren naar mensen die de taal goed spreken, leren kinderen nieuwe woorden en zinsconstructies kennen. Kinderen leren meer van de taal van anderen naarmate dat taalaanbod beter past bij hun eigen fase van ontwikkeling: niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. Jouw taal is het voorbeeld waarvan het kind het moet leren, dus spreek de taal duidelijk en correct.

  • Gebruik in de gesprekken voorafgaand en naar aanleiding van het verhaal zo min mogelijk verwijswoorden. Benoem handelingen en voorwerpen expliciet. Zo horen kinderen de woorden vaker in de juiste context en is het makkelijker voor hen om die woorden te onthouden en zelf correct te gaan gebruiken. Zeg dus niet: ‘kom maar hier’, maar ‘kom maar naast mij zitten, hier op de bank’.
  •  Een onbekend woord kun je voor of tijdens het voorlezen uitleggen. Geef een korte definitie, zoals ‘een moestuin is een tuintje met groente en fruit’ of ‘als je somber bent, ben je niet vrolijk’. Ga daarna kort in op het nieuwe woord, door bijvoorbeeld uit te beelden of vragen te stellen. Leg alleen woorden uit die belangrijk zijn om het verhaal te begrijpen. Het is niet erg als het kind niet alle woorden begrijpt, maar het moet wel het verhaal kunnen volgen.
  • Kinderen moeten nieuwe woorden en uitdrukkingen vaak horen voordat ze die zelf gaan gebruiken. Dat betekent veel herhalen.
2. Taalproductie van het kind
Het is belangrijk om kinderen de kans te geven om te oefenen met taal. Stimuleer kinderen daarom om te praten. Dat kan voor, tijdens of na het voorlezen. Geef kinderen de ruimte om direct te reageren op het verhaal, ga er kort op in en ga dan verder met lezen.
 
Zet de volgende vaardigheden in om dit te bereiken:
  • Laat het kind vertellen.
  • Geef het kind de ruimte: Laat tijdens een gesprek gerust af en toe een stilte vallen en kijk het kind vragend aan.
  • Geef luisterresponsen: Reageer niet altijd meteen verbaal op een opmerking. Je kunt ook knikken, wenkbrauwen optrekken, “Mmmm” of “Oh?” zeggen enz. Dit nodigt kinderen uit om verder te praten en uit te leggen wat ze bedoelen.
  • Stel gevarieerd vragen: Wissel open en gesloten vragen af en vraag door: ´Wat bedoel je daar precies mee?´
  • Doe prikkelende beweringen: Lok ook reacties uit, bijvoorbeeld: ‘Ik ben helemaal niet bang voor spinnen’.
3. Feedback geven
Kinderen gebruiken jouw feedback om hun eigen taal te toetsen, uit te breiden en zo nodig te corrigeren. Dat gebeurt automatisch, als natuurlijk onderdeel van de taalontwikkeling. Jij kunt deze ondersteunende functie versterken door de feedback bewust met dit doel in te zetten.
 
  • Geef positieve feedback. Herhaal een incorrecte uiting van een kind op correcte wijze, dan merkt het kind tegelijkertijd dat zijn eigen uiting niet correct was en wat wel de juiste vorm is. Bijvoorbeeld het kind zegt: ´Hond loopte heel hard.´ Jij: ´O, liep de hond heel hard? Waar liep de hond zo hard naartoe?´ Het kind zal vanzelf die juiste vorm overnemen.
  • Jonge kinderen vinden het vaak moeilijk om hun gedachten ordelijk onder woorden te brengen, zeker als het om een wat langer verhaal gaat. Help het kind door het verhaal te ordenen en samen te vatten. Hierdoor komen de woorden en het verloop van het verhaal nog eens duidelijk aan de orde. 
  • Herhaal de uiting van een kind. Herhaling is voor kinderen belangrijk om nieuwe taal goed te onthouden. Als er meerdere kinderen aanwezig zijn, speel dan een opmerking ook eens door naar een ander kind (´Katja, Omar zegt dat honden kunnen praten, wat vind jij daarvan?´). Zo worden meer kinderen betrokken bij het gesprek en geven meer kinderen een actieve inbreng.

Interactief voorlezen vindt plaats in drie stappen: de voorbereiding, het voorlezen en napraten.
 
Stap 1: De voorbereiding
Bekijk de boeken goed en lees ze zelf voordat je gaat voorlezen. Signaleer voor jezelf wat de moeilijke woorden zijn en bedenk hoe je die gaat uitleggen. Bedenk wat je gaat vragen over het verhaal.
 
Stap 2: Het voorlezen

  • Spreek duidelijk en niet te snel of eentonig
  • Bekijk samen de omslagen van de boeken die je hebt meegenomen en lees de titels voor. Laat het kind een boek kiezen en vraag waarom het kind juist dat boek kiest.
  • Zorg dat de kinderen die je gaat voorlezen mee kunnen kijken in het boek.
  • Praat even over de voorkant van het boek. Waar zal het boek over gaan? Wat zie je op de kaft? Maak na het gesprekje een bruggetje naar het verhaal: ‘Nou, zullen we gaan kijken?’
  • Lees hierna het verhaal voor. Kijk het kind regelmatig aan om de aandacht vast te houden. Let op de interactieve kernvaardigheden (aanbod, taalproductie, feedback).
  • Stel af en toe een vraag om na te gaan of het kind het verhaal en de woorden begrijpt. Als uit de reacties blijkt dat het kind het verhaal niet begrijpt, pak er dan de betreffende bladzijden bij en leg het nog eens uit met andere woorden.
  • Moedig het kind aan om mee te doen als het verhaal daartoe uitnodigt, bijvoorbeeld hard brullen als de hoofdpersoon dat ook doet of het meezeggen van een rijm of een herhaalde vraag.
 
Stap 3: Napraten en verder
  • Vat de kern van het verhaal na het voorlezen samen. Doe dit samen met het kind. Samen halen jullie zo de verhaallijn terug. Concentreer je op de kern van het verhaal, ga niet teveel in op details. Voor het verhaalbegrip is het belangrijk dat het kind de grote lijn ziet.
  • Praat naar aanleiding van het verhaal ook over de eigen ervaringen van het kind. Zo’n gesprek geeft het kind de gelegenheid om de nieuwe woorden te verbinden met zijn eigen leefwereld en zijn eigen ervaringen. De nieuwe woorden krijgen zo meer betekenis. 

Voor het eerste gezinsbezoek is het verstandig om meerdere boeken mee te nemen, dan hebben jij en je voorleeskinderen wat ruimte om te kiezen. Kies boeken over verschillende onderwerpen en van verschillende niveaus. Een medewerker van de bibliotheek kan je altijd helpen bij het uitzoeken van aansprekende en/of populaire kinderboeken.
 
Boekjes blijken vooral geschikt als ze de volgende kenmerken bevatten:

  • weinig tekst per pagina en veel plaatjes;
  • een clou of verrassende wending;
  • plaatjes die aanleiding geven om erover te praten;
  • een spelelement (raden, zoekplaatjes);
  • er wordt een beroep gedaan op kennis die de kinderen net vergaard hebben (bijvoorbeeld tellen, kleuren, dieren, makkelijke woorden die beginnende lezers kunnen lezen);
  • verborgen plaatjes of teksten achter flapjes, dit maakt het spannend;
  • een aansluiting bij hun belevingswereld (zoek uit welke interesses de kinderen hebben); 
  • een duidelijke verhaallijn, met een ‘probleem’ dat wordt opgelost;
  • een aansprekend en bekend onderwerp. Dit hoeft niet per se betrekking te hebben op de dagelijkse leefwereld van kinderen (bijvoorbeeld kabouters, heksen);
  • illustraties en tekst ondersteunen elkaar (verhaal wordt duidelijk aan de hand van illustraties);
  • je voorspellingen kunt doen n.a.v. het verhaal (‘Wat gaat er nu gebeuren denk je?’).
Peuterspeelzalen en scholen werken vaak met thema’s in periodes van enkele weken. Je kunt ouders eventueel vragen of zij weten met welk thema het kind op de peuterspeelzaal of op school bezig is. Vaak krijgen de ouders daar bij ieder nieuw thema informatie over. Je kunt dan boeken zoeken die passen bij dat thema. Verder is het altijd leuk om een boek te kiezen dat past bij het seizoen of bij een feest dat gezamenlijk gevierd wordt (bijvoorbeeld Sinterklaas of verjaardag).

Boekentips van de VoorleesExpress 

  • Op zoek naar inspiratie voor kinderboeken? Bekijk hier onze boekenlijst! Alle boeken zijn onderdeel van de OBA collectie. 
Websites voor boekentips
  • www.bibliotheek.nl De website van de nationale bibliotheek heeft veel boekentips en is daarnaast op de hoogte van alle evenementen rondom boeken.
  • www.boekenjeugd.nl Op deze website vind je een uitgebreide selectie aan jeugdboeken. Er is een ingebouwde zoekfunctie. Je kunt in deze database ook zoeken op onderwerp.
  • www.leesplein.nl Op deze site vind je boekentips, verwijzingen naar digitale versies van de boeken, maar ook spelletjes, kleurplaten, etc.
  • www.boekwijzer.com Op deze website deelt kinderboekenliefhebster Eline Rottier zo veel en zo vaak mogelijk moois uit de fijne kinderboekenwereld.
Soorten boeken
  • Prentenboeken: boek met mooie plaatjes met weinig of geen tekst
  • Zoekboeken
  • Uitklap/voelboeken
  • Samenleesboeken: één deel van de pagina is voor de ervaren lezer, het andere deel is voor degene die net leert lezen. Door de afwisseling van moeilijke en makkelijke woorden kun je samen lezen.
  • Informatieve boeken: (kinder)kookboeken, boeken met informatie over een specifiek onderwerp, woordenboeken.
  • Strips: met tekst of zonder tekst
  • Boeken in andere talen: vraag bij jouw bibliotheek welke talen zij in hun assortiment hebben.
  • Babyboeken
  • Kranten en tijdschriften (ter plekke lezen)
  • Luisterboeken
  • Moppenboeken voor kinderen
  • Theaterleesboeken / toneelleesboeken
Kinderboeken in een andere taal
  • De Internationale Dag van de Moedertaal is door UNESCO in het leven geroepen om de meertaligheid te promoten en stil te staan bij meertalige educatie. Meertaligheid brengt veel voordelen met zich mee en kan kinderen een voorsprong geven! Ter gelegenheid van deze dag heeft VoorleesExpress Amsterdam een kleine selectie van kinderboeken in een andere taal dan het Nederlands gemaakt. Bekijk hier onze leuke boekentips

Naast het stimuleren van de taal is ook de ouderbetrokkenheid een belangrijk onderdeel van het project. Als voorlezer heb jij de taak om minimaal een van de ouders bij het voorlezen te betrekken. Op deze manier kunnen zij ook na jouw komst de taalontwikkeling van het kind blijven stimuleren. De overdracht naar ouders toe gaat vaak niet vanzelf en vraagt om een actieve rol van zowel de voorlezer als de ouder(s).
 
Het is belangrijk om de rol van de ouder vanaf het eerste moment zowel te benoemen als in de praktijk te brengen. Vraag de ouder(s) vanaf het eerste gezinsbezoek altijd (deels) bij het voorleesuurtje te zitten en spreek het voorleesuurtje met de (ouder) na. Let er op dat je de rol van ouders laagdrempelig maakt en afstemt op de mogelijkheden van het gezin; maatwerk en leesplezier staan voorop.
 
Na het gezamenlijke bibliotheekbezoek kun je ouders ook vragen zelf met hun kinderen boeken te lenen voor het voorleesuurtje. Zo stimuleer je ouders ook tijdens het voorleestraject al vaker naar de bibliotheek te gaan. Bespreek aan het begin van je gezinsbezoek samen met de ouder(s) welke boeken er geleend zijn en geef (positieve) feedback. Heeft de ouder zijn of haar weg goed kunnen vinden in de bibliotheek? Sluiten de boeken aan bij de leeftijd, het niveau en de interesses van het kind? 

Het kan een uitdaging zijn om om te gaan met een beperkt taalniveau binnen een gezin. Ouders zijn regelmatig onzeker over hun eigen taalniveau. De drempel om voor te lezen (in het Nederlands) is voor hen dan hoog. Binnen het voorleestraject is het daarom belangrijk om de ouder vertrouwen te geven en actieve deelname tijdens het voorleesuurtje laagdrempelig te maken. Hierbij is het een uitdaging om je te verplaatsen in de situatie van de ouder. Het is aan te raden om uit te gaan van wat de ouder wel kan en dat ook te benoemen; een compliment helpt!
 
Als de ouder wel Nederlandse woorden kent, maar nog geen correcte Nederlandse zinnen kan maken, kun je woordspelletjes doen waar de ouder aan deel kan nemen.
 
Ouders kunnen de taal van hun kinderen op verschillende manieren stimuleren. Dit hoeft niet alleen te zijn door middel van het voorlezen: het kijken van Nederlandse televisie, het luisteren naar luisterboeken of het bezoeken van voorleesuurtjes in de bibliotheek behoren ook tot mogelijkheden om taal te stimuleren.
 
Wanneer de ouders de Nederlandse taal in beperkte mate spreken en/of lezen, kunnen er ook in de moedertaal verhalen worden voorgelezen of verteld. Ouders kunnen bijvoorbeeld aan de hand van een prentenboek, een bijzonder voorwerp of een eigen foto van vroeger zelf een verhaal vertellen. Ze kunnen ook met hun kind praten over een boek dat het kind zelfstandig heeft gelezen. Verhalen vertellen, spelletjes spelen, praten en zingen is ook goed voor de taalontwikkeling!

Voor zowel jou als voorlezer, als voor de ouder kan het goed werken om duidelijke afspraken te maken over het actief meedoen tijdens het voorleesuurtje. Bespreek iedere week met de ouder wat je gedaan hebt tijdens het voorleesuur en benoem dan ook wat je volgende week wilt gaan doen en waar de ouder aan mee kan doen. Zo is het makkelijker de volgende keer op de gemaakte afspraken terug te komen.
 
Vrijwilligers hebben regelmatig een voorbeeldfunctie naar ouders toe, zij laten hen zien hoe je kunt voorlezen en op welke manier je dit interactief en leuk maakt. Willen ouders dit of elementen hiervan daadwerkelijk over kunnen nemen, is het belangrijk dat zij gedurende het voorleestraject zelf een actieve rol aannemen en hierop feedback ontvangen van de voorlezer. Vraag ouders bijvoorbeeld om zelf boeken te lenen bij de bibliotheek en bespreek de boekkeuze met hen, of vraag de ouder jou een stukje voor te lezen. Wanneer ouders onzeker zijn over hun taal of manier van voorlezen, kan het prettig voor hen zijn om eerst bij jou te oefenen en te bespreken hoe het gaat. 

Tijdens het voorleestraject heb je mogelijk behoefte aan aanvullende informatie over kinderboeken, taalstimulering of de ontwikkeling van kinderen. Er is zowel op internet als in Amsterdam een groot aanbod van organisaties en instanties met bruikbare projecten, informatie en tips. Een selectie hiervan vind je hier.
 
Het komt regelmatig voor dat voorlezers andere hulpvragen krijgen van hun gezin dan vragen omtrent het voorlezen. De gezinnen weten vaak niet waar ze informatie kunnen vinden of hoe ze zich kunnen aanmelden. Indien jouw gezin een (andere) hulpvraag heeft of na de VoorleesExpress graag nog met een ander project mee zou willen doen, kun je het gezin doorverwijzen. Je kunt het gezin doorverwijzen om zelfstandig contact op te nemen met de betreffende organisatie of instantie, of je kunt zelf voor het gezin contact opnemen. Deze afweging kun je zelf maken, afhankelijk van je eigen voorkeur en de zelfredzaamheid van het gezin. 

LeesLETTERS
Een website vol met (voor)leestips, boeken en taalstimuleringsspellen.
 
Taal begint thuis
Taal begint thuis heeft het totale aanbod van taalinitiatieven in Amsterdam gebundeld. Op de website kun je zoeken naar oefeningetjes, apps, knutsel- en spelideeën, websites, boeken, tv-programma's en meer. Het is zowel mogelijk te zoeken op leeftijd van de kinderen als op onderdeel. De website is vertaald in 12 verschillende talen! 

De Talentenschool
De Talentenschool biedt na schooltijd programma’s aan om kinderen een extra zetje in de rug te geven. Taal, plezier met taal, speelt in deze activiteiten een grote rol.  Op de website van de Talentenschool vind je het overzicht van hun programma-aanbod en de deelnemende scholen. 

Taalwijzer
Wanneer ouders zelf graag beter Nederlands willen leren kun je ze doorwijzen naar het loket van de Taalwijzer. Het DWI heeft het totale aanbod van les in de Nederlandse taal hier gebundeld. Bij de Taalwijzer kun je informatie en advies krijgen over de mogelijkheden van de gemeente om Nederlands te leren. Er is een Taalwijzer in ieder stadsdeel. 

Amsterdams Buurvrouwen Contact
Stichting Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC) geeft taalles aan huis aan anderstalige vrouwen in Amsterdam. Daarnaast ondersteunt het ABC vrouwen bij de inburgering met een taalcoach. Het is een project waarbij vrijwilligers thuis taalles geven aan vrouwen. Het project richt zich specifiek op anderstalige vrouwen die in een bepaalde vorm van een sociaal isolement zitten.
 
De Verteltas
De Verteltasmethode versterkt de leesomgeving en de taalontwikkeling van kinderen én hun ouders. Door de Verteltasmethode raken ouders meer betrokken bij het onderwijs en er ontstaat een betere samenwerking tussen school en gezin. Het middel dat hierbij wordt ingezet is een Verteltas met lees- en spelmateriaal. De Verteltassen worden door ouders (en leerkrachten) gemaakt en bedacht en met hun kinderen thuis en op school gebruikt. Vraag je VoorleesExpress gezin naar de aanwezigheid van Verteltassen op hun school, dan kunnen zij er een lenen voor tijdens het voorleesmoment. 

Mediasmarties
De website Mediasmarties biedt een overzicht van kindermedia per leeftijdsgroep. Van allerlei tv-programma's, films, boeken, games, video's, apps en websites voor kinderen van 1,5 tot 12 jaar worden recensies gegeven. Mediasmarties helpt je opweg om geschikte media te vinden die passen bij de ontwikkeling en interesses van je voorleeskind. 

Partou thuisbegeleiding - Amsterdam Oost
Voor kinderen van 2,5 tot 6 jaar (die op de voorschool van Partou of de gekoppelde vroegschool zitten) en ouders die vragen hebben met betrekking tot het stimulerende gezinsklimaat, de spraak-taal ontwikkeling van het kind, de algehele ontwikkeling van het kindje of stimulatie/ontwetendheid van ouders is er VVE thuis. Ouders gaan zelf aan de slag met themaboekjes, leesboekjes, vuistregels en ander stimulerend spelmateriaal. Als ouders hierbij extra ondersteuning nodig hebben, is er thuisbegeleiding. Een medewerker van het Ouderbetrokkenheid team komt dan op huisbezoek en ondersteunt de ouder in/bij het programma. Het doel is om de vaardigheden van ouders te vergroten, waardoor zij de ontwikkeling van hun kind spelenderwijs leren stimuleren. Hoe vaak er iemand komt, wordt bekeken per situatie. Eén keer per week een uur is de norm. De begeleiding is voor gezinnen geheel gratis en vindt in de thuissituatie plaats. Een gezin aanmelden? Hier vind je meer informatie en hier vind je een aanmeldformulier. Na de aanmelding neemt Partou contact op met het gezin voor een intakegesprek. 

Ouder- en Kind Centrum
Voor alle vragen over opvoeden en opgroeien kan een ouder terecht bij het OKC in de buurt. Het totale aanbod van het OKC is terug te vinden op de website. Daarnaast zijn er (inloop)spreekuren en is er een online mogelijkheid om vragen te stellen.
 
Opvoedpoli
De opvoedpoli is er voor iedereen met vragen over ouderschap, opvoeding en de ontwikkeling van kinderen van 0 – 23 jaar. Je kunt bellen, een afspraak maken of langskomen bij een van de vestigingen.
 
Home-Start
Home-Start ondersteunt ouders bij de opvoeding van hun kinderen. Ervaren en getrainde vrijwilligers bieden ondersteuning, praktische hulp en vriendschap aan ouders met ten minste één kind tot zeven jaar. De gezinnen geven zélf aan op welke gebieden zij steun wensen: hun vragen staan centraal. Home-Start wil met het programma het zelfvertrouwen van ouders vergroten en hun sociale relaties versterken.
 
Speel-o-theek
De Speel-o-theek biedt behalve speluitleen ook inloopspreekuren voor ouders met kinderen tot 3 jaar. Ouders kunnen met hun kind (zonder lid te zijn) langskomen om samen te spelen en om met andere ouders te praten over opvoeding. Er zijn medewerkers aanwezig voor begeleiding en om vragen te beantwoorden. 

VoorUit Project  (West, Nieuw-West, Noord)
Het VoorUit Project is een participatieproject waarbij studenten van de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam in ruil voor woonruimte bijdragen aan de sociale cohesie in de wijk waar ze wonen. De studenten geven huiswerkbegeleiding, computerles, taalles of sport- en spelactiviteiten. Daarnaast bezoeken studenten wekelijks een vast gezin in de wijk. 
 
Weekend Academie (West, Nieuw-West)
Het concept van de Weekend Academie is het vergroten van de kansen van jongeren en het ontwikkelen van hun talenten, zodat zij het beste uit zichzelf kunnen halen en een succesvolle toekomst tegemoet gaan. De Weekend Academie werkt met rolmodellen; begeleiders en gastsprekers. De Weekend Academie biedt gemotiveerde jongeren tussen de 10 en 15 jaar, die extra ondersteuning kunnen gebruiken, hulp bij de ontwikkeling van hun mogelijkheden, vaardigheden en talenten, en vergroot daarmee hun kansen in de maatschappij.
 
BOOT – De Keukentafel (Zuidoost, Nieuw-West)
De Keukentafel is een multidisciplinair programma waarbij HvA studenten 15 weken lang ondersteuning bieden aan een gezin met kinderen in groep 3 tot en met groep 5. Er wordt gefocust op het creëren van een goede thuis-leeromgeving en op (schoolse) vaardigheden. De eerste zeven weken staan in het teken van het ondersteunen van het kind. Daarna gaan de ouders meer participeren in het project en is het de bedoeling dat de ouder geleidelijk de rol van de student overneemt. 

SKC
De SKC voert verschillende projecten uit op het gebied van onderwijs, welzijn, werk en kunst en cultuur. SKC biedt o.a. huiswerkbegeleiding, voert Rekenbuddy’s uit, organiseert een zomerschool en een mentorproject. Voor meer informatie kun je contact opnemen met de SKC


 

Sociale Kaart Amsterdam
Op de Sociale Kaart Amsterdam is het volledige overzicht van zorg en welzijnsorganisaties in Amsterdam te vinden. Het is zowel mogelijk om per onderwerp als per stadsdeel te zoeken.
 
OCO
De Onderwijs Consumenten Organisatie informeert en adviseert ouders over onderwijs. Ouders kunnen er terecht met vragen over de schoolkeuze of de gang van zaken op school, maar ook wanneer er zich problemen voordoen. OCO zit op diverse locaties in de stad en is zowel telefonisch of per mail als tijdens inloopspreekuren te bereiken.

Buurthuizen
Het aanbod in buurthuizen verschilt per buurthuis, en per stadsdeel. Op de website van jekuntmeer.nl kun je zoeken in het totale aanbod van Amsterdam (en Diemen). Je kunt in het aanbod o.a. zoeken op stadsdeel, leeftijdscategorie en type activiteit (taal, kinderen en opvoeden etc.). 

IMC Weekendschool
De IMC Weekendschool laat nieuwsgierige jongeren (10 – 14 jaar) kennismaken met enthousiaste professionals en hun uiteenlopende vakgebieden. De IMC Weekendschool zit in Amsterdam Noord, West en Zuidoost. De IMC Weekendschool organiseert prikkelende en uitdagende lessen. Zo stimuleren zij het lef van de leerlingen en biedt hen een ijzersterk netwerk.